half

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • half
Woordherkomst en -opbouw

Hoofdtelwoord

half

  1. de helft (½)
stellend
onverbogen half
verbogen halve

Bijvoeglijk naamwoord

half

  1. de helft zijnde
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Vertalingen

Meer informatie

Verwijzingen
  1. etymologiebank.nl


Engels

Uitspraak
Woordherkomst en -opbouw
  • Afkomstig van het Oudengelse healf.
Naar frequentie 460 (bijvoeglijk naamwoord)


stellend vergrotend overtreffend
half - -

Bijvoeglijk naamwoord

half

  1. half
Naar frequentie 4797 (bijwoord)


Bijwoord

half

  1. voor de helft
Naar frequentie 1453 (zelfstandig naamwoord)


enkelvoud meervoud
half halves

Zelfstandig naamwoord

half

  1. helft
Uitdrukkingen en gezegden
  • in half
in het midden
«Cut the meatballs in half and set aside.»
Snijd de gehaktballen in het midden door en leg ze opzij.