half
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- half
Hoofdtelwoord
half
- de helft (½)
| stellend | |
|---|---|
| onverbogen | half |
| verbogen | halve |
Bijvoeglijk naamwoord
half
- de helft zijnde
Hyponiemen
Vertalingen
Engels
Uitspraak
Woordherkomst en -opbouw
- Afkomstig van het Oudengelse healf.
| Naar frequentie | 460 (bijvoeglijk naamwoord) |
|---|
| stellend | vergrotend | overtreffend |
|---|---|---|
| half | - | - |
Bijvoeglijk naamwoord
half
| Naar frequentie | 4797 (bijwoord) |
|---|
Bijwoord
half
- voor de helft
| Naar frequentie | 1453 (zelfstandig naamwoord) |
|---|
| enkelvoud | meervoud |
|---|---|
| half | halves |
Zelfstandig naamwoord
half
Frase
in half
- in het midden
-
- «Cut the meatballs in half and set aside.»
- Snijd de gehaktballen in het midden door en leg ze opzij.
- «Cut the meatballs in half and set aside.»