loven

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Inhoud

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • lo·ven
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
loven
loofde
geloofd
zwak -d volledig

Werkwoord

loven

  1. (overgankelijk) blijk geven van bewondering
    Bijna alle artiesten loofden de kwaliteit van de Nederlandse inzending.

Meer informatie


Deens

Woordafbreking
  • lo·ven

Zelfstandig naamwoord

loven g

  1. bepaalde vorm nominatief enkelvoud van lov
Persoonlijke instellingen
Naamruimten

Varianten
Handelingen
Navigatie
Informatie
Zusterprojecten
Hulpmiddelen
In andere talen