lenig
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- le·nig
Woordherkomst en -opbouw
| stellend | vergrotend | overtreffend | |
|---|---|---|---|
| onverbogen | lenig | leniger | lenigst |
| verbogen | lenige | lenigere | lenigste |
Bijvoeglijk naamwoord
lenig
- met soepele ledematen
- De lenige jongen klom over het hekwerk of het niets was.
Afgeleide begrippen
Vertalingen
Bijwoord
lenig
- met soepele ledematen
- Hij klom lenig over het hekje.
Werkwoord
| vervoeging van |
|---|
| lenigen |
lenig