buigzaam

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Inhoud

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • buig·zaam
stellend vergrotend overtreffend
onverbogen buigzaam buigzamer buigzaamst
verbogen buigzame buigzamere buigzaamste

Bijvoeglijk naamwoord

buigzaam

  1. in staat te buigen
    Dit materiaal is zowel buigzaam als sterk.
  2. overdrachtelijk: bereid zich aan te passen
    Hij is nooit een erg buigzaam man geweest.
Persoonlijke instellingen
Naamruimten

Varianten
Handelingen
Navigatie
Informatie
Zusterprojecten
Hulpmiddelen
In andere talen