buigzaam
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- buig·zaam
| stellend | vergrotend | overtreffend | |
|---|---|---|---|
| onverbogen | buigzaam | buigzamer | buigzaamst |
| verbogen | buigzame | buigzamere | buigzaamste |
Bijvoeglijk naamwoord
buigzaam
- in staat te buigen
- Dit materiaal is zowel buigzaam als sterk.
- overdrachtelijk: bereid zich aan te passen
- Hij is nooit een erg buigzaam man geweest.