lenigen

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Inhoud

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • le·ni·gen
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
lenigen
lenigde
gelenigd
zwak -d volledig

Werkwoord

lenigen

  1. verzachten, minder maken
    Zij lenigde de nood door de donatie aan het goede doel.
Vertalingen
Persoonlijke instellingen
Naamruimten

Varianten
Handelingen
Navigatie
Informatie
Zusterprojecten
Hulpmiddelen
In andere talen