leg

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Inhoud

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • leg
enkelvoud meervoud
naamwoord leg
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

leg m

  1. het leggen van eieren
    Deze kip is niet aan de leg.

Werkwoord

vervoeging van
leggen

leg

  1. eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van leggen
    Ik leg.
  2. gebiedende wijs van leggen
    Leg!
  3. (bij inversie) tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van leggen
    Leg je?


Engels

Uitspraak
enkelvoud meervoud
leg legs
Woordafbreking
  • leg

Zelfstandig naamwoord

leg

  1. (anatomie) been.
Persoonlijke instellingen
Naamruimten

Varianten
Handelingen
Navigatie
Informatie
Zusterprojecten
Hulpmiddelen
In andere talen