klinker

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Inhoud

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • klin·ker
Woordherkomst en -opbouw
  • [1-3] Afgeleid van klinken met het achtervoegsel -er.
    • [1-2] Dit is een leenvertaling van het Latijnse (littera) vocalis (klinkende [letter]). In tegenstelling tot bij de medeklinkers is bij de klinkers de stem aan het werk, vandaar een afleiding van vox (stem). Volgens andere bronnen zou de benaming "klinker" gevormd zijn in tegenstelling tot de naam "medeklinker" (een leenvertaling van consonans - mee-klinkend).
    • [3] De naam klinker is afkomstig van het heldere geluid dat deze baksteen geeft als er op getikt wordt.
enkelvoud meervoud
naamwoord klinker klinkers
verkleinwoord klinkertje klinkertjes

Zelfstandig naamwoord

klinker m

  1. (taalkunde) een klank van de menselijke spraak waarbij geen obstructie in de ademstroom aangebracht wordt
    Het Nederlands kent ongeveer zestien klinkers die als foneem fungeren.
  2. een letter of teken dat een dergelijke spraakklank voorstelt
    De meest voorkomende klinker in het Nederlands is de e.
  3. (bouwkunde) een harde baksteen die door zijn structuur geen water opzuigt
    De klinkers werden door de stratenmaker zorgvuldig in het zandbed gelegd.
  4. (beroep) Iemand die geholpen door de nageljongen met klinknagels voorwerpen aan elkaar klinkt
Synoniemen
Antoniemen
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Vertalingen

Meer informatie

Persoonlijke instellingen
Naamruimten

Varianten
Handelingen
Navigatie
Informatie
Zusterprojecten
Hulpmiddelen
In andere talen