klem

Uit WikiWoordenboek

Ga naar: navigatie, zoeken

Inhoud

Nederlands

Uitspraak

Lettergrepen
  • klem
enkelvoud meervoud
naamwoord klem klemmen
verkleinwoord klemmetje klemmetjes

Zelfstandig naamwoord

klem

  1. wertuig waarin iets door samendrukken bijeengehouden of vastgezet kan worden
    Als je de twee gelijmde stukken een nachtje in de klem zet, komen ze goed vast te zitten.

Vertalingen


Nederlands

Werkwoord

klem

  1. eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd en gebiedende wijs van van klemmen.
Aspecten/acties
Persoonlijke instellingen