klem
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- klem
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | klem | klemmen |
| verkleinwoord | klemmetje | klemmetjes |
Zelfstandig naamwoord
- (gereedschap) een werktuig waarin iets door samendrukken bijeengehouden of vastgezet kan worden
- Als je de twee gelijmde stukken een nachtje in de klem zet, komen ze goed vast te zitten.
Uitdrukkingen en gezegden
Klem zetten.
Vertalingen
1. een werktuig waarin iets door samendrukken bijeengehouden of vastgezet kan worden
klem zetten
|
Werkwoord
| vervoeging van |
|---|
| klemmen |
klem