kiezen
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
| naamwoord van handeling | |
|---|---|
| zelfstandig | bijvoeglijk |
| kiezen | kiezend |
| keuze | gekozen |
| keur | |
| kust | |
| kiezer | |
Uitspraak
Woordafbreking
- kie·zen
| stamtijd | ||
|---|---|---|
| onbepaalde wijs |
verleden tijd |
voltooid deelwoord |
| kiezen |
koos |
gekozen |
| klasse 2 | volledig | |
Werkwoord
kiezen
- (overgankelijk) uit meerdere mogelijkheden één nemen
- Hij koos uiteindelijk toch de rode rozen.
Afgeleide begrippen
Uitdrukkingen en gezegden
- kiezen voor
Vertalingen
1. uit meerdere mogelijkheden één nemen
kiezen voor iets
|
Zelfstandig naamwoord
kiezen mv
- meervoud van het zelfstandig naamwoord kies