kies

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken
Een kies

Inhoud

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • kies
enkelvoud meervoud
naamwoord kies kiezen
verkleinwoord kiesje kiesjes

Zelfstandig naamwoord

kies

  1. een vrij grote tand die achterin de mond staat
    Ik had pijn in mijn kies, maar de tandarts kon het verhelpen.
Synoniemen
Hyponiemen

Meer informatie

stellend vergrotend overtreffend
onverbogen kies kieser kiest
verbogen kiese kiesere kieste

Bijvoeglijk naamwoord

kies

  1. van een nette smaak blijk gevend
    Een kiese houding.
Antoniemen
Afgeleide begrippen
Vertalingen

Werkwoord

vervoeging van
kiezen

kies

  1. eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van kiezen
    Ik kies.
  2. gebiedende wijs van kiezen
    Kies!
  3. (bij inversie) tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van kiezen
    Kies je?
Persoonlijke instellingen
Naamruimten

Varianten
Handelingen
Navigatie
Informatie
Zusterprojecten
Hulpmiddelen
In andere talen