jubileum

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ju·bi·le·um
Woordherkomst en -opbouw
  • Van Latijn iubilaeus (jubeljaar), verwant met Grieks iobèlos en oorspronkelijk Hebreeuws jobhel (jubileum, ramshoorn, letterlijk: ram). Vergelijk voor de achtergrond hiervan Leviticus 25:9,10.
enkelvoud meervoud
naamwoord jubileum jubilea, jubileums
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

jubileum o

  1. feestelijke herdenking van de dag waarop iets gebeurde of begon
Vertalingen

Meer informatie