feest
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- feest
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | feest | feesten |
| verkleinwoord | feestje | feestjes |
Zelfstandig naamwoord
feest o
- een vermakelijke en vreugdevolle sociale gelegenheid
- Ondanks het feit dat Nederland de finale tegen Spanje verloren had, was het bij de huldiging één groot feest.
Synoniemen
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
- feestboek, feestdag, feestgedruis, feestgewoel, feestmaal, feesttafel, feestvergadering, feestversiering, feestvieren, feestvuurwerk, feestwijzer, feestzaal