interpreteren

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Inhoud

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • in·ter·pre·te·ren
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
interpreteren
interpreteerde
geïnterpreteerd
zwak -d volledig

Werkwoord

interpreteren

  1. (overgankelijk) uitleggen of opvatten
    In het orakel interpreteerden de priesters de kreten en klanken van de gedrogeerde vrouw.
    De partij interpreteerde de positieve stembusuitslag als rechtvaardiging van haar conservatieve beleid.
Vertalingen
Persoonlijke instellingen
Naamruimten

Varianten
Handelingen
Navigatie
Informatie
Zusterprojecten
Hulpmiddelen
In andere talen