interpreteren

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • in·ter·pre·te·ren
Woordherkomst en -opbouw
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
interpreteren
interpreteerde
geïnterpreteerd
zwak -d volledig

Werkwoord

interpreteren

  1. (overgankelijk) uitleggen of opvatten
    In het orakel interpreteerden de priesters de kreten en klanken van de gedrogeerde vrouw.
    De partij interpreteerde de positieve stembusuitslag als rechtvaardiging van haar conservatieve beleid.
  2. vertolken
    interpreteren bij Woordenboek der Nederlandse taal (1500 tot ...)
Synoniemen
Afgeleide begrippen
Vertalingen

Meer informatie

Verwijzingen
  1. etymologiebank.nl