interpreteren
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- in·ter·pre·te·ren
| stamtijd | ||
|---|---|---|
| onbepaalde wijs |
verleden tijd |
voltooid deelwoord |
| interpreteren |
interpreteerde |
geïnterpreteerd |
| zwak -d | volledig | |
Werkwoord
interpreteren
- (overgankelijk) uitleggen of opvatten
- In het orakel interpreteerden de priesters de kreten en klanken van de gedrogeerde vrouw.
- De partij interpreteerde de positieve stembusuitslag als rechtvaardiging van haar conservatieve beleid.