opvatten
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
| naamwoord van handeling | |
|---|---|
| zelfstandig | bijvoeglijk |
| opvatten | |
| opvatting | |
Woordafbreking
- op·vat·ten
| stamtijd | ||
|---|---|---|
| onbepaalde wijs |
verleden tijd |
voltooid deelwoord |
| opvatten |
vatte op |
opgevat |
| zwak -t | volledig | |
Werkwoord
opvatten
- (overgankelijk) ~ als een bepaalde interpretatie aan iets geven
- Hij heeft dat opgevat als een ernstige belediging.
- (overgankelijk) opnemen van met name werk
- Na een week vorstverlet werd het werk weer opgevat.
Vertalingen
Meer informatie
- Zie Wikipedia voor meer informatie.