inhouden

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • in·hou·den
Woordherkomst en -opbouw
  • Samenstelling van houden met het voorvoegsel in-
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
inhouden
hield in
ingehouden
klasse 7 volledig

Werkwoord

inhouden

  1. (overgankelijk) een deel van het loon niet uitbetalen om het voor een ander doel te bestemmen
    Er worden zowel belasting als sociale premies ingehouden .
  2. (overgankelijk) niet uitademen
    Hij hield zijn adem in om de schuwe vogel niet weg te jagen.
  3. (onovergankelijk) een niet onmiddellijk duidelijke betekenis hebben
    De voorgenomen regels in verband met Homeland Security in New York zouden inhouden dat er voor alle meetapparatuur die men in de stad gebruiken wil eerst bij de politie een vergunning gehaald moet worden.

Zelfstandig naamwoord

inhouden mv

  1. meervoud van het zelfstandig naamwoord inhoud