cavia

Uit WikiWoordenboek

Ga naar: navigatie, zoeken

Inhoud

Nederlands

Uitspraak

Woordafbreking
  • ca·via
enkelvoud meervoud
naamwoord cavia cavia's
verkleinwoord caviaatje caviaatjes

Zelfstandig naamwoord

cavia v/m

  1. (knaagdier) een Zuid-Amerikaans knaagdier dat vooral als huisdier gehouden wordt.
    Wij hebben een cavia thuis.

Verwante begrippen

Vertalingen

Meer informatie

Persoonlijke instellingen