hoepel

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • hoe·pel
enkelvoud meervoud
naamwoord hoepel hoepels
verkleinwoord hoepeltje hoepeltjes

Zelfstandig naamwoord

hoepel m

  1. een ringvormige metalen band, met name om de duigen van een vat bijeen te houden
  2. iedere ringvormige band in de vorm van [1]
  3. (speelgoed) een ringvormig voorwerp gebruikt door kinderen om rond hun middel rond te draaien
Synoniemen
Verwante begrippen
Vertalingen
Onderstaande vertalingen dienen nagekeken te worden en omgezet in de bovenstaande tabellen. Nummers na de vertalingen komen niet noodzakelijk overeen met de opgegeven definities. Voor meer uitleg zie WikiWoordenboek:Hoe vertalingen nakijken.

Werkwoord

vervoeging van
hoepelen

hoepel

  1. eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van hoepelen
    Ik hoepel.
  2. gebiedende wijs van hoepelen
    Hoepel!
  3. (bij inversie) tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van hoepelen
    Hoepel je?


Afrikaans

enkelvoud meervoud
naamwoord hoepel hoepels

Zelfstandig naamwoord

hoepel

  1. hoepel