hein

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Inhoud

Limburgs

Uitspraak
  • IPA: /(x)hɛɪn/ (Etsbergs)
Woordafbreking
  • hein

Zelfstandig naamwoord

hein m

  1. (Hooglimburgs) kerstboom
    «Dès spaedes aoves zotentj 'ie óm g'm heinje haer èn zóngentj 'ie leejer.»
    's Avonds laat zaten ze rond de kerstboom een zongen ze liederen.
Verbuiging
Synoniemen
Persoonlijke instellingen
Naamruimten

Varianten
Handelingen
Navigatie
Informatie
Zusterprojecten
Hulpmiddelen
In andere talen