kerstboom

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken
Een kerstboom.

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • kerst·boom
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord kerstboom kerstbomen
verkleinwoord kerstboompje kerstboompjes

Zelfstandig naamwoord

kerstboom m

  1. een rond Kerstmis opgestelde naaldboom met allerlei versieringen
    Bijna iedereen heeft met Kerstmis een kerstboom in de huiskamer staan.
Vertalingen

Meer informatie