halte

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Inhoud

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • hal·te
enkelvoud meervoud
naamwoord halte halten, haltes
verkleinwoord haltetje haltetjes

Zelfstandig naamwoord

halte v

  1. een plaats waar gestopt wordt
    Na een korte halte gingen we verder met de reis.
  2. een plaats waar een bus stopt
    Omdat hij vlak naast een halte woont, gaat hij vaak met de bus.
Synoniemen
Vertalingen

Meer informatie

Persoonlijke instellingen
Naamruimten

Varianten
Handelingen
Navigatie
Informatie
Zusterprojecten
Hulpmiddelen
In andere talen