halte
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- hal·te
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | halte | halten, haltes |
| verkleinwoord | haltetje | haltetjes |
Zelfstandig naamwoord
halte v
- een plaats waar gestopt wordt
- Na een korte halte gingen we verder met de reis.
- een plaats waar een bus stopt
- Omdat hij vlak naast een halte woont, gaat hij vaak met de bus.
Synoniemen
- [2] bushalte
Vertalingen
2. een plaats waar een bus stopt
Meer informatie
- Zie Wikipedia voor meer informatie.