station

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken
Het station van Zwijndrecht (B)

Inhoud

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • sta·ti·on
enkelvoud meervoud
naamwoord station stations
verkleinwoord stationnetje stationnetjes

Zelfstandig naamwoord

station o

  1. (spoorwegen), (verkeer) plaats waar voertuigen (met name treinen) kunnen stoppen voor het in- en uitstappen van reizigers en het in- en uitladen van goederen
    Kunt u mij zeggen waar het station is?
  2. (media) een zender die radio- of televisieprogramma's uitzendt
    Zet eens een ander station op, dit is niet te puimen.
Vertalingen

Meer informatie


Zweeds

Uitspraak

Zelfstandig naamwoord

station g

  1. (spoorwegen), (verkeer) station
Verbuiging
Verwante begrippen
Persoonlijke instellingen
Naamruimten

Varianten
Handelingen
Navigatie
Informatie
Zusterprojecten
Hulpmiddelen
In andere talen