station

Uit WikiWoordenboek

Ga naar: navigatie, zoeken

Inhoud

Nederlands

Uitspraak
  • IPA: sta.'sjɔn

Lettergrepen
  • sta·ti·on

Zelfstandig naamwoord

enkelvoud meervoud
naamwoord station stations
verkleinwoord stationnetje stationnetjes

het station, o

  1. plaats waar voertuigen (met name treinen) kunnen stoppen voor het in- en uitstappen van reizigers en het in- en uitladen van goederen.

Vertalingen

Meer informatie

Aspecten/acties
Persoonlijke instellingen