bushalte
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
- Geluid: Bestand bestaat nog niet. Aanmaken?
- IPA:
- (Noord-Nederland): /ˈbʏshɑɫtə/
- (Vlaanderen, Brabant, Limburg): /ˈbʏshɑltə/
Woordafbreking
- bus·hal·te
Woordherkomst en -opbouw
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | bushalte | bushalten, bushaltes |
| verkleinwoord | bushaltetje | bushaltetjes |
Zelfstandig naamwoord
- (verkeer) een plek waar een bus stopt
- Als er vertraging is, staan hier vaak veel mensen bij de bushalte.
Vertalingen
1. een plek waar een bus stopt
Meer informatie
- Zie Wikipedia voor meer informatie.