bushalte

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken
Een bushalte.

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • bus·hal·te
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord bushalte bushalten, bushaltes
verkleinwoord bushaltetje bushaltetjes

Zelfstandig naamwoord

bushalte v/m

  1. (verkeer) een plek waar een bus stopt
    Als er vertraging is, staan hier vaak veel mensen bij de bushalte.
Vertalingen

Meer informatie