hagedis
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- ha·ge·dis
Woordherkomst en -opbouw
- (erfwoord) Via Oudnederlands *egithassa van Germaans *agiþahsijǭ f, samenstelling van *agi- (“hagedis”) + *þahsuz (“das”), van Indo-Europees *ogʷh- (“hagedis, slang”) + Indo-Europees *teḱs- (“houwen”).
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | hagedis | hagedissen |
| verkleinwoord | hagedisje | hagedisjes |
Zelfstandig naamwoord
- (reptielen) een langstaartig, geschubd reptiel uit de onderorde Lacertilia (Sauria)
Vertalingen
1. een langstaartig, geschubd reptiel uit de onderorde Lacertilia (Sauria)
Meer informatie
- Zie Wikipedia voor meer informatie.