dissel

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • dis·sel
enkelvoud meervoud
naamwoord dissel dissels
verkleinwoord disseltje disseltjes

Zelfstandig naamwoord

dissel m

  1. een houten of metalen stang voor een voertuig aan weerszijden waarvan trekdieren ingespannen kunnen worden
    Aan de dissel werden twee trekpaarden vastgemaakt.
  2. een stang of buis waarmee een aanhangwagen aan een auto of vrachtwagen bevestigd kan worden
    Als de aanhangwagen slechts één as heeft is de dissel vast bevestigd aan de aanhanger.
Vertalingen

Meer informatie