bijl
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
- Geluid: bijl (hulp, bestand)
- IPA:
- (Noord-Nederland): /bɛːɫ/
- (Vlaanderen, Brabant): /bɛːɫ/
- (Limburg): /bɛɪ̯l/
Woordafbreking
- bijl
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | bijl | bijlen |
| verkleinwoord | bijltje | bijltjes |
Zelfstandig naamwoord
- een hakwerktuig met een smalle snee en een lange steel die vooral voor het kappen van bomen gebruikt en gewoonlijk met twee handen gehanteerd wordt
- We gebruiken altijd een bijl bij het doorhakken van de blokken hout.
Vertalingen
1. een hakwerktuig met een smalle snee en een lange steel die vooral voor het kappen van bomen gebruikt en gewoonlijk met twee handen gehanteerd wordt
|
|
Meer informatie
- Zie Wikipedia voor meer informatie.