hacker
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- hac·ker
Woordherkomst en -opbouw
- Van het Engelse hacker (oorspronkelijk: inventieve en fanatieke computerexpert)
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | hacker | hackers |
| verkleinwoord |
Zelfstandig naamwoord
hacker m
- (informatica) iemand die zich onbevoegd toegang verschaft tot een computersysteem
- Een hacker zou de beveiliging van de computersystemen hebben gekraakt.
- (informatica) iemand die geniet van de intellectuele uitdaging om op een creatieve, onorthodoxe manier aan technische beperkingen te ontsnappen
Vertalingen
1. iemand die zich onbevoegd toegang verschaft tot een computersysteem
Meer informatie
- Zie Wikipedia voor meer informatie.
Frans
Uitspraak
| enkelvoud | meervoud | ||
|---|---|---|---|
| zonder lidwoord | met lidwoord | zonder lidwoord | met lidwoord |
| hacker | le hacker | hackers | les hackers |
Zelfstandig naamwoord
hacker m