gezond
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
- IPA:
- (Noord-Nederland): /xə.ˈzɔnt/
- (Vlaanderen, Brabant): /ɣə.ˈzɔnt/
- (Limburg): /ɣə.ˈzɔnd/
Woordafbreking
- ge·zond
| stellend | vergrotend | overtreffend | |
|---|---|---|---|
| onverbogen | gezond | gezonder | gezondst |
| verbogen | gezonde | gezondere | gezondste |
Bijvoeglijk naamwoord
gezond
- vrij van ziektes en zeertes
- Hij is nog goed gezond voor zijn leeftijd.
- bevorderlijk voor een goede conditie
- Lichaamsoefening is gezond voor een mens.
Synoniemen
- [2] goed
Antoniemen
- [2] slecht
Afgeleide begrippen
Vertalingen
1. vrij van ziektes en zeertes
2. bevorderlijk voor een goede conditie
Meer informatie
- Zie Wikipedia voor meer informatie.
Werkwoord
| vervoeging van |
|---|
| zonnen |
gezond
- voltooid deelwoord van zonnen