employ

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Engels

Uitspraak
vervoeging
onbepaalde wijs to employ
he/she/it employs
verleden tijd employed
voltooid
deelwoord
employed
onvoltooid
deelwoord
employing
gebiedende wijs employ

Werkwoord

employ

  1. (overgankelijk) in dienst nemen, werk geven
  2. (overgankelijk) gebruikmaken


enkelvoud meervoud
employ employs

Zelfstandig naamwoord

employ

  1. dienst, dienstverband
    «The school district has six thousand teachers in its employ
    Het schooldistrict heeft zesduizend leraren in dienst.