aannemen
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- aan·ne·men
Woordherkomst en -opbouw
| stamtijd | ||
|---|---|---|
| onbepaalde wijs |
verleden tijd |
voltooid deelwoord |
| aannemen |
nam aan |
aangenomen |
| klasse 4 | volledig | |
Werkwoord
aannemen
- overnemen
- (overgankelijk) geloven
- Hij nam dat zonder meer aan.
- (overgankelijk) goedkeuren
- Het voorstel is gisteren aangenomen door de raad.
- adopteren
- een werk op de gestelde voorwaarden op zich nemen
- opnemen in een vereniging
- (protestants) toelaten tot alle rechten van de Kerk
- in dienst nemen
- Het bedrijf had net 40 nieuwe mensen aangenomen.
- (overgankelijk) een veronderstelling maken
- Als we aannemen dat de temperatuur constant blijft, kunnen we uitrekenen hoeveel er oplost.
Uitdrukkingen en gezegden
- [1]: rouw aannemen
rouw dragen
- [1]: goed van aannemen
gemakkelijk lerend
- [1]: het is geen aangenomen werk
er is geen haast bij
Vertalingen
1. overnemen