bezighouden
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
- Geluid: bezighouden (hulp, bestand)
- IPA:
- (Noord-Nederland): /ˈbe.zəχ.ɦʌʊ.də(n)/
- (Vlaanderen, Brabant): /ˈbe.zəx.ɦʌː.də(n)/
- (Limburg): /ˈbeː.zɪx.haʊ̯.də(n)/, /ˈbeː.zɪ.xaʊ̯.də(n)/
Woordafbreking
- be·zig·hou·den
Woordherkomst en -opbouw
| stamtijd | ||
|---|---|---|
| onbepaalde wijs |
verleden tijd |
voltooid deelwoord |
| bezighouden |
hield bezig |
beziggehouden |
| klasse 7 | volledig | |
Werkwoord
bezighouden
- (overgankelijk) de aandacht afleiden
- Hij hield zo de kinderen even bezig.
- (overgankelijk) iets te doen geven
- Met alle examens voor de boeg werden de studenten flink beziggehouden.
- (wederkerend) zich ~ met: tijd en inspanning besteden aan. zich ophouden met
- Zij hielden zich bezig met het ontwerp van nieuwe zonnecellen.
Uitdrukkingen en gezegden
- zich bezighouden met iets
Vertalingen
1. de aandacht afleiden
2. iets te doen geven