e-mail

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken
Andere schrijfwijzen Niet te verwarren met: email

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • e-mail
Woordherkomst en -opbouw
1 enkelvoud meervoud
naamwoord e-mail -
verkleinwoord - -
2 enkelvoud meervoud
naamwoord e-mail e-mails
verkleinwoord e-mailtje e-mailtjes

Zelfstandig naamwoord

e-mail m

  1. (informatica) een systeem voor het verzenden van berichten via een computernetwerk
  2. (communicatie) een bericht dat verstuurd is via e-mail
Synoniemen
Hyperoniemen
Afgeleide begrippen
Verwante begrippen
Vertalingen

Werkwoord

vervoeging van
e-mailen

e-mail

  1. eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van e-mailen
    Ik e-mail.
  2. gebiedende wijs van e-mailen
    E-mail!
  3. (bij inversie) tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van e-mailen
    E-mail je?

Meer informatie