facsimile
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- fac·si·mi·le
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | facsimile | facsimile's |
| verkleinwoord | facsimileetje | facsimileetjes |
Zelfstandig naamwoord
- nauwkeurige nabootsing, reproductie
- (telecommunicatie) telefax, fax, telefacsimile
Verwante begrippen
- [2] faxtoestel
Vertalingen
1. een apparaat waarmee documenten per telefoon verzonden kunnen worden
Meer informatie
- Zie Wikipedia voor meer informatie.