drzewo

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Inhoud

Pools

Uitspraak
  • IPA: [ˈd.ʐɛvɔ], [ˈd͡ʐ.ʐɛvɔ]
Woordafbreking
  • drze·wo

Zelfstandig naamwoord

drzewo o

  1. boom
    «Na naszym podwórku są trzy drzewa
    Er zijn drie bomen in onze achtertuin.
Verbuiging
Persoonlijke instellingen
Naamruimten

Varianten
Handelingen
Navigatie
Informatie
Zusterprojecten
Hulpmiddelen
In andere talen