drukker

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Inhoud

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • druk·ker
enkelvoud meervoud
naamwoord drukker drukkers
verkleinwoord drukkertje drukkertjes

Zelfstandig naamwoord

drukker m

  1. (beroep) een persoon die afdrukken maakt
    De drukker had ons een proefdruk gestuurd.
  2. een mechanisme om een jas te sluiten
    De drukker was beschadigd en daardoor kon de jas niet meer dicht.
Vertalingen

Bijvoeglijk naamwoord

drukker

  1. onverbogen vorm van de vergrotende trap van druk
Persoonlijke instellingen
Naamruimten

Varianten
Handelingen
Navigatie
Informatie
Zusterprojecten
Hulpmiddelen
In andere talen