douche

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • dou·che
enkelvoud meervoud
naamwoord douche douches
verkleinwoord doucheje douchejes

Zelfstandig naamwoord

douche v/m

  1. stortbad
Vertalingen

Werkwoord

vervoeging van
douchen

douche

  1. aanvoegende wijs van douchen

Meer informatie


Engels

Zelfstandig naamwoord

douche

  1. een instrument voor vrouwelijke hygiene.


Frans

Zelfstandig naamwoord

douch

  1. douche stortbad

Werkwoord

vervoeging van
doucher

douche

  1. eerste en derde persoon enkelvoud onvoltooid tegenwoordige tijd (indicatif présent) van doucher
  2. eerste en derde persoon enkelvoud tegenwoordige aanvoegende wijs (subjonctif présent) van doucher
  3. tweede persoon enkelvoud gebiedende wijs (impératif présent) van doucher