bad
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- bad
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | bad | baden |
| verkleinwoord | badje | badjes |
Zelfstandig naamwoord
bad o
- voorwerp waarin men zich wast met water
- hoeveelheid water of ander medium waarin iets of iemand ondergedompeld kan worden
Hyponiemen
- badkuip; ligbad, bloedbad, bubbelbad, kruidenbad, oliebad, stoombad, stortbad, wedstrijdbad, zitbad, zonnebad, zwembad
Afgeleide begrippen
Vertalingen
1. voorwerp waarin men zich wast met water
2. hoeveelheid water of andere vloeistof waarin iets of iemand ondergedompeld kan worden
Meer informatie
- Zie Wikipedia voor meer informatie.
Werkwoord
| vervoeging van |
|---|
| bidden |
bad
- enkelvoud verleden tijd van bidden
- Ik bad.
- Jij bad.
- Hij, zij, het bad.
- Ik bad.
Deens
Zelfstandig naamwoord
bad
Engels
Uitspraak
Woordherkomst en -opbouw
- Afkomstig van het Middelengelse badde.
| stellend | vergrotend | overtreffend |
|---|---|---|
| bad | worse | worst |
Bijvoeglijk naamwoord
bad
Synoniemen
- [2] harmful, hurtful, damaging, injurious
- [4] severe, serious, grave
- [5] poor, inferior, unsatisfactory, inadequate
- [6] evil, wicked, sinful
Antoniemen
- [2] good, beneficial, benevolent
Noors
Uitspraak
Woordafbreking
- bad
Woordherkomst en -opbouw
- Afkomstig van het Oudnoorse woord bað.
Werkwoord
bad
- gebiedende wijs van bade
Werkwoord
bad
- verleden tijd van be
Werkwoord
bad
- verleden tijd van bede
Zelfstandig naamwoord
bad o
- in water, zand, modder of andere stoffen of in de zon baden.
- bad (hoeveelheid vloeistof)
- (scheikunde) bad (hoeveelheid chemische vloeistof)
- badkamer
- «Leiligheten har både bad og vannklosett.»
- Het appartement heeft zowel bad als watercloset.
- «Leiligheten har både bad og vannklosett.»
- badplaats, kuuroord
- gebouw met badkamers of zwembad.
- «Kommunen har bygget et nytt bad.»
- De gemeente bouwde een nieuwe badinrichting.
- «Kommunen har bygget et nytt bad.»
Verbuiging
| o | enkelvoud | meervoud | ||
|---|---|---|---|---|
| onbepaald | bepaald | onbepaald | bepaald | |
| nominatief | bad | badet | bad | bada badene |
| genitief | bads | badets | bads | badas badenes |
Afgeleide begrippen
- [1]: badebalje, badeball, badebasseng, badebukse, badebørste, badebåt, badedrakt, badeglad, badehette, badestrand, dampbad, gytjebad, nybada, nybadet, solbad
- [2]: fotbad, varmt bad
- [3]: blekebad, elektrolytisk bad, fargebad, fikserbad, kullsyrebad, stoppbad
- [4]: badeby
- [5]: badeanlegg, badeanstalt, badebetjent, badested, badegjest
Verwante begrippen
- [1]: et ufrivillig bad
een onvrijwillig bad
- [5]: ta en kur ved et bad
een kuur in een bad nemen
Nynorsk
Uitspraak
Woordafbreking
- bad
Woordherkomst en -opbouw
- Afkomstig van het Oudnoorse woord bað.
Werkwoord
bad
- gebiedende wijs van bade
Synoniemen
Werkwoord
bad
- verleden tijd van be
Werkwoord
bad
- verleden tijd van bede
Zelfstandig naamwoord
bad o
- in water, zand, modder of andere stoffen of in de zon baden.
- bad (hoeveelheid water of andere vloeistof)
- (scheikunde) bad (hoeveelheid chemische vloeistof)
- badkamer
- «Huset har både bad og vassklosett.»
- Het huis heeft zowel bad als watercloset.
- «Huset har både bad og vassklosett.»
- badplaats, kuuroord
- gebouw met badkamers of zwembad.
Verbuiging
| o | enkelvoud | meervoud | ||
|---|---|---|---|---|
| onbepaald | bepaald | onbepaald | bepaald | |
| nominatief | bad | badet | bad | bada |
| genitief | ||||
| o bijvormen |
enkelvoud | meervoud | ||
|---|---|---|---|---|
| onbepaald | bepaald | onbepaald | bepaald | |
| nominatief | badi | |||
| genitief | ||||
Afgeleide begrippen
- [1]: badebukse, badedrakt, badehette, badestrand, dampbad, gytjebad, solbad
- [2]: fotbad, varmt bad
- [3]: elektrolytisk bad, fargebad, fikserbad
- [5]: badeanstalt, badestad, badegjest
Verwante begrippen
- [1]: ta seg eit bad
een bad nemen
- [5]: ta ein kur ved eit bad
een kuur in een bad nemen
Zweeds
Zelfstandig naamwoord
bad
Categorieën:
- Woorden in het Nederlands
- Zelfstandig naamwoord in het Nederlands
- Werkwoordsvorm in het Nederlands
- Woorden in het Deens
- Zelfstandig naamwoord in het Deens
- Woorden in het Engels
- Bijvoeglijk naamwoord in het Engels
- Woorden in het Noors
- Werkwoordsvorm in het Noors
- Zelfstandig naamwoord in het Noors
- Scheikunde in het Noors
- Woorden in het Nynorsk
- Werkwoordsvorm in het Nynorsk
- Zelfstandig naamwoord in het Nynorsk
- Scheikunde in het Nynorsk
- Woorden in het Zweeds
- Zelfstandig naamwoord in het Zweeds