diep
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- diep
Woordherkomst en -opbouw
Bijvoeglijk naamwoord
| stellend | vergrotend | overtreffend | |
|---|---|---|---|
| onverbogen | diep | dieper | diepst |
| verbogen | diepe | diepere | diepste |
diep [2]
- waar de bodem ver naar beneden is, diepliggend
- Toen hij tien was geworden mocht hij het diepe water van het zwembad in.
- vanaf het referentiepunt ver naar achteren uitstrekkend, diep doorlopend
- (figuurlijk) intens
- Met diepe gevoelens van spijt en schuld sturen we je dit schrijven
- (fotografie) verzadigd
- de lucht was die dag diepblauw
Antoniemen
Afgeleide begrippen
Vertalingen
1. waar de bodem ver naar beneden is
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | diep | diepen |
| verkleinwoord | - | - |
Zelfstandig naamwoord
- watergebied
Meer informatie
- Zie Wikipedia voor meer informatie.