diep

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • diep
Woordherkomst en -opbouw
stellend vergrotend overtreffend
onverbogen diep dieper diepst
verbogen diepe diepere diepste
partitief dieps diepers -

Bijvoeglijk naamwoord

diep [2]

  1. waar de bodem ver naar beneden is, diepliggend
    Toen hij tien was geworden mocht hij het diepe water van het zwembad in.
  2. vanaf het referentiepunt ver naar achteren uitstrekkend, diep doorlopend
  3. (figuurlijk) intens
    Met diepe gevoelens van spijt en schuld sturen we je dit schrijven
  4. (fotografie) verzadigd
    de lucht was die dag diepblauw
Antoniemen
Afgeleide begrippen
Vertalingen
enkelvoud meervoud
naamwoord diep diepen
verkleinwoord (diepje)[3] (diepjes)

Zelfstandig naamwoord

diep o [4]

  1. (verouderd) diepte
    ... dat, gelijk de parel uit het diep van de zee moet worden opgedoken, ...[5]
  2. (verouderd), (figuurlijk) binnenste
    De Maan lachte uit het diep zich-zelve tegen[6]
  3. (aardrijkskunde), (verouderd), (figuurlijk) zee
    Hoe't grondeloose diep meer zants en waters spoogh[7]
  4. (aardrijkskunde) diep water, vooral gebruikt voor een vaargeul tussen ondiepten
    Het Ganzendiep is een afgedamde rivierarm van de IJssel. Het zelfbedieningspontje vaart over dit diep.[8]
  5. (aardrijkskunde) kanaal (vooral in Noordelijk Nederland), ook gebruikt voor gekanaliseerde riviertjes
    Het voormalige rechtgetrokken diep is opnieuw aangelegd en kronkelt nu weer door het landschap.[9]
Afgeleide begrippen
Uitdrukkingen en gezegden
  • Als het diep verloopt, verzet men de bakens.
[4]: Als de omstandigheden veranderen, zijn andere maatregelen nodig.[10]
Verwijzingen
  1. etymologiebank.nl
  2. Woordenboek der Nederlandse taal
  3. Cats, J. Alle de werken. deel 2 (1862) De Erven J.J. Tijl, Zwolle; geraadpleegd 2015-01-10}}
  4. Woordenboek der Nederlandse taal
  5. "Bonte Violen. Gedichten van Jan Baarslag. (Letterkundige kroniek)" in: De Gids. jrg. 52 deel 4 (december 1888) P.N. van Kampen, Amsterdam; p. 513; geraadpleegd 2015-01-10
  6. Perk, J. "Nagelaten Verzen XIV" in: De Nieuwe Gids. jrg 9 (1894) W. Versluys, Amsterdam; p. 16; geraadpleegd 2015-01-10
  7. Vondel, J. van den "Het Pascha" in: De werken van Vondel. Eerste deel 1605-1620. (1927) De Maatschappij voor goede en goedkoope lectuur, Amsterdam; p. 209, r. 795; geraadpleegd 2015-01-10
  8. "Zelfbedieningsveer Kampen" in: De Reiziger (januari 2005) Vereniging Reizigers Openbaar Vervoer ROVER, Amersfoort; op site Vrienden van de Voetveren; geraadpleegd 2015-01-10
  9. Mensingebos Roden op site WandelenRondRoden.nl; geraadpleegd 2014-01-10
  10. Sprenger van Eijk, J.P. Handleiding tot de kennis van onze vaderlandsche spreekwoorden en spreekwoordelijke zegswijzen, bijzonder aan de scheepvaart en het scheepsleven, het dierenrijk en het landleven ontleend. (1844) J. van Baalen & zoon, Rotterdam; p. 58; geraadpleegd 2015-01-10

Meer informatie