damp
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- damp
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | damp | dampen |
| verkleinwoord |
Zelfstandig naamwoord
damp m
- de gasvormige toestand van een stof, de toestand die ontstaan is door verdamping
- De damp die vrijkomt daar moeten nog proeven mee worden gedaan.
- een wolk kleine gecondenseerde waterdruppeltjes
- 's Ochtends op de fiets rij je steeds door die damp.
Afgeleide begrippen
Vertalingen
1. de gasvormige toestand van een stof, de toestand die ontstaan is door verdamping
Werkwoord
| vervoeging van |
|---|
| dampen |
damp
- eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van dampen
- Ik damp.
- gebiedende wijs van dampen
- Damp!
- (bij inversie) tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van dampen
- Damp je?
Meer informatie
- Zie Wikipedia voor meer informatie.