stoom
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Woordafbreking
- stoom
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | stoom | |
| verkleinwoord |
Zelfstandig naamwoord
stoom m
- gasvormige aggregatietoestand van water
Afgeleide begrippen
Vertalingen
1.
Werkwoord
| vervoeging van |
|---|
| stomen |
stoom
- eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van stomen
- Ik stoom.
- gebiedende wijs van stomen
- Stoom!
- (bij inversie) tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van stomen
- Stoom je?
Meer informatie
- Zie Wikipedia voor meer informatie.