mist

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Inhoud

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • mist
enkelvoud meervoud
naamwoord mist misten
verkleinwoord - -

Zelfstandig naamwoord

mist m

  1. (meteorologie) laaghangende bewolking die het zicht belemmert
    Loopt het zicht verder terug dan 1 km, dan spreekt men van mist.
Vertalingen

Werkwoord

vervoeging van
missen

mist

  1. tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van missen
    Jij mist.
  2. derde persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van missen
    Hij mist.
  3. verouderde gebiedende wijs meervoud van missen
    Mist!


Noors

Zelfstandig naamwoord

mist
  1. verouderde spelling van miss van vóór 2005
(verouderd) onbepaalde vorm nominatief enkelvoud
Persoonlijke instellingen
Naamruimten

Varianten
Handelingen
Navigatie
Informatie
Zusterprojecten
Hulpmiddelen
In andere talen