dampen

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Inhoud

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • dam·pen
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
dampen
dampte
gedampt
zwak -t volledig

Werkwoord

dampen

  1. (ergatief) damp, geur produceren
    Wacht tot de olie zo heet is, dat het dampt.
    De koffie dampt, de koekjes staan al te wachten.
Vertalingen

Zelfstandig naamwoord

dampen mv

  1. meervoud van het zelfstandig naamwoord damp
Persoonlijke instellingen
Naamruimten

Varianten
Handelingen
Navigatie
Informatie
Zusterprojecten
Hulpmiddelen
In andere talen