crisis

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • cri·sis
enkelvoud meervoud
naamwoord crisis crisissen, crises
verkleinwoord crisisje crisisjes

Zelfstandig naamwoord

crisis v

  1. een zware noodsituatie waarbij het functioneren van een stelsel ernstig verstoord raakt
    Om de crisis aan te pakken, werd er een spoedoverleg ingelast.
  2. (psychologie) (medisch) beslissend stadium in een ernstige ziekte
  3. (economie) periode van economische teruggang
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Uitdrukkingen en gezegden
  • economische crisis
Vertalingen

Meer informatie


Engels

Zelfstandig naamwoord

crisis

  1. crisis