deel
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- deel
Zelfstandig naamwoord
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | deel | delen |
| verkleinwoord | deeltje | deeltjes |
deel o
- een element van een geheel, of een aantal elementen uit een geheel.
- Een deel van de vloot zeilde naar Guinea.
- één uit een reeks boeken, films, enz...
- We kijken vanavond naar het tweede deel van Star Wars.
deel m
- plank/planken, dorsvloer.
- De familie zat op de deel.
Vertalingen
1. een element van een geheel
Meer informatie
- Zie Wikipedia voor meer informatie.