deel

Uit WikiWoordenboek

Ga naar: navigatie, zoeken

Inhoud

Nederlands

Woordafbreking
  • deel

Zelfstandig naamwoord

enkelvoud meervoud
naamwoord deel delen
verkleinwoord deeltje deeltjes

deel o

  1. een element van een geheel, of een aantal elementen uit een geheel.
    Een deel van de vloot zeilde naar Guinea.
  2. één uit een reeks boeken, films, enz...
    We kijken vanavond naar het tweede deel van Star Wars.

deel m

  1. plank/planken, dorsvloer.
    De familie zat op de deel.
Vertalingen
Persoonlijke instellingen