manier

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ma·nier
Woordherkomst en -opbouw
  • afkomstig van:
Middelnederlands: maniere
Oudfrans: meniere
Latijn: manaria
  • Verwant in Germaans:
West: Engels: manner, Duits: Manier, Fries: manear
  • Andere Indo-Europese talen:
Romaans: Catalaans/Spaans: manera, Frans: manière, Italiaans: maniera, Portugees: maneira, Roemeens: manieră
enkelvoud meervoud
naamwoord manier manieren
verkleinwoord maniertje maniertjes

Zelfstandig naamwoord

manier m

  1. de handelswijze
    De manier waarop je mij aanspreekt staat mij niet aan.
Vertalingen