volkomen
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- vol·ko·men
Woordherkomst en -opbouw
| stellend | |
|---|---|
| onverbogen | volkomen |
| verbogen | volkomen |
Bijvoeglijk naamwoord
volkómen
- zonder dat er iets aan ontbreekt
- Bestaat er volkomen stilte, of hoor je altijd wel wat, bijvoorbeeld je hartslag?.
Bijwoord
volkómen
- geheel en al
- Dat was volkomen onaanvaardbaar.
| stamtijd | ||
|---|---|---|
| onbepaalde wijs |
verleden tijd |
voltooid deelwoord |
| volkomen |
kwam vol |
volgekomen |
| klasse 4 | volledig | |
Werkwoord
vólkomen
- (ergatief) geheel gevuld geraken
- Met als gevolg dat de woningen die Lelystad nog steeds aan het bouwen was, niet meer volkwamen.
Categorieën:
- Woorden in het Nederlands
- Klemtoonhomogram in het Nederlands
- Voorvoegsel vol- in het Nederlands
- Bijvoeglijk naamwoord in het Nederlands
- Bijwoord in het Nederlands
- Sterk werkwoord klasse 4 in het Nederlands
- Werkwoord in het Nederlands
- Scheidbaar werkwoord in het Nederlands
- Ergatief werkwoord in het Nederlands