totaal
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- to·taal
| stellend | |
|---|---|
| onverbogen | totaal |
| verbogen | totale |
Bijvoeglijk naamwoord
totaal
- geheel
- De totale productiewaarde van de sector steeg met 10%.
- volkomen, volledig
- De Europese top is uitgelopen op een totale mislukking.
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | totaal | totalen |
| verkleinwoord | - | - |
Zelfstandig naamwoord
totaal o
- alle onderdelen tezamen
- Het totaal is meer dan de som der delen.