plein
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- plein
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | plein | pleinen |
| verkleinwoord | pleintje | pleintjes |
Zelfstandig naamwoord
plein o
- open, onbebouwde, maar aangelegde plaats, vaak te midden van bouwwerken
- Het plein van ons dorp werd onlangs heraangelegd met nieuwe bloemenperken.
Vertalingen
1.
Meer informatie
- Zie Wikipedia voor meer informatie.
Frans
Bijvoeglijk naamwoord
plein
- vol; niet leeg.