volstrekt

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Inhoud

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • vol·strekt

Werkwoord

vervoeging van
volstrekken

volstrekt

  1. tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van volstrekken
    Jij volstrekt.
  2. derde persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van volstrekken
    Hij volstrekt.
  3. verouderde gebiedende wijs meervoud van volstrekken
    Volstrekt!
  4. voltooid deelwoord van volstrekken
stellend
onverbogen volstrekt
verbogen volstrekte

Bijvoeglijk naamwoord

volstrekt

  1. geheel en al
    Dit geschiedde onder volstrekte geheimhouding.

Bijwoord

volstrekt

  1. geheel en al, in het geheel
    Dat is volstrekt uitgesloten.