cadeau
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- ca·deau
Woordherkomst en -opbouw
- Leenwoord uit het Frans.
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | cadeau | cadeaus |
| verkleinwoord | cadeautje | cadeautjes |
Zelfstandig naamwoord
cadeau o
- iets dat men aan iemand geeft, meestal ter gelegenheid van een speciale gebeurtenis
- De cadeaus lagen onder de kerstboom.
Schrijfwijzen
- (niet officieel) kado
Synoniemen
Uitdrukkingen en gezegden
Cadeau doen.
- Als geschenk geven.
Vertalingen
1. iets dat men aan iemand geeft, meestal ter gelegenheid van een speciale gebeurtenis
Meer informatie
- Zie Wikipedia voor meer informatie.
Frans
| enkelvoud | meervoud | ||
|---|---|---|---|
| zonder lidwoord | met lidwoord | zonder lidwoord | met lidwoord |
| cadeau | le cadeau | cadeaux | les cadeaux |
Zelfstandig naamwoord
cadeau m