borstel

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • bor·stel
enkelvoud meervoud
naamwoord borstel borstels
verkleinwoord borsteltje borsteltjes

Zelfstandig naamwoord

borstel m

  1. (gereedschap) een gebruiksvoorwerp bestaande uit een bundel of bundels haren of vezels die in een houder of aan een blad van hout of een andere stof zijn vastgehecht
    Kun je me die borstel even aanreiken?

Werkwoord

vervoeging van
borstelen

borstel

  1. eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van borstelen
    Ik borstel.
  2. gebiedende wijs van borstelen
    Borstel!
  3. (bij inversie) tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van borstelen
    Borstel je?